Over Hollandsche Rading

Geschiedenis van Hollandsche Rading.

Rading is een hypercorrecte vorm van raaiing, dat lijn of grens betekent. De naam verwijst naar de destijds omstreden grens van Holland en Utrecht. Met name de grens rond het Gooi was in de middeleeuwen aanleiding voor diverse oorlogen. In 1719 bleek het nodig de grens van Eemnes tot Loosdrecht te voorzien van stenen grenspalen, die nu nog bestaan.

De kern Hollandsche Rading is de jongste van de voormalige gemeente Maartensdijk. Tot 1930 was het voornamelijk heidegebied met een paar verspreid liggende boerderijen en enkele daggeldershuisjes. Vanaf 1930 zijn de huizen aan de huidige lanen gebouwd, vaak voor Oud-Indiëgangers. Er ontstond een hechte kern met veel winkeltjes, er kwam een halte aan de spoorlijn Hilversum-Utrecht en het werd een geliefd oord voor vakantiegangers. Monumentaal zijn de stenen grenspalen aan de Vuurse Dreef. Deze markeren de grens tussen de provincies Utrecht en Noord Holland.

Een verkenning: Grensland – door Dr. Anne Doedens

In mijn Canon van Utrecht (Walburg Pers, 2013) komt grensland Hollandsche Rading een aantal malen voor. Het begint al met een tekst uit 1085 die het ontginningsproces dat in het Sticht zeker al in de elfde eeuw begon, mogelijk maakte. De grens kwam daarin vroeg in beeld. In deze oorkonde uit 1085 luidt het, dat de kanunniken van St. Jan aan de Utrechtse bisschop Koenraad “de tol van Smithuizen [in de omgeving van Emmerik] hebben geschonken, alsmede twee hoeven met vijf horigen, en een bos dat men in de volkstaal “foreest” noemt, op een plaats die Wanbeke heet, met alle onderhorigheden.” Op zijn beurt schonk de bisschop de Heren van St. Jan: “de kerk in Franeker met drie daarbij behorende kapellen, vrij van visitatiegeld, cijns en tienden zoals de[ze] belastingen heten, alsmede veenland in Achttienhoven, even breed aan de hoge zijde [in het noorden, bij Gooiland] als de breedte van hun land is aan de lage zijde [gelegen in het noorden van de Vrijheid van Utrecht, bij de proosdijgronden in de oude bocht van de Vecht, ten zuidwesten van de Hoofddijk], opstrekkend tot Drinschoten en de Vuurse.”

En bij Drinschoten komen we in de buurt van van Hollandsche Rading. Drinschoten is afgeleid van Trenschoten. Het woord betekent: drie stukken hoger gelegen land. Het gaat om drie hoger gelegen stukken land op de zuidelijke stuwwal bij Hilversum die vanaf de Vecht te zien moeten zijn geweest: de Bosberg, de Hoorneboeg en de Zwarte Berg. Met de Vuurse wordt de Hoge Vuursche bedoeld. Drenschot wordt ok wel omschreven als het uiterste van het Gooierbos, liggend tegenover De Vuursche en Drakenstein.

Later, vanaf de veertiende eeuw, komt die grens  ook bij  de behandeling van de grenzen en grenspalen van het Sticht aan de orde. Hierbij komen uiteraard ook de Hollands-Utrechtse grensoorlogen in de middeleeuwen aan bod.  Ik citeer uit mijn Canon van Utrecht:
Elders in het Sticht waren er gevechten tussen de troepen van graaf en bisschop. Bijvoorbeeld omstreeks 1307, met als inzet de wildernis tussen het Gooi en Utrecht bij Eemnes. De inwoners van dit dorp ontgonnen het moeras steeds verder naar het westen toe en stuitten daarbij op de Gooiers, die naar het oosten oprukten. In 1335 werd hun geschil voor even bijgelegd. Jan van Arkel [bisschop-elect 1342-1364] droeg daarna burgemeester Lewe Volkaardsz. van Eemnes op een paal te plaatsen die het begin de grens tussen Holland en Utrecht moest aangeven. Die grens begon bij de zee en liep van daaruit via de Gooiersgracht (die in de Eem uitmondde) verder in zuidwestelijke richting, georiënteerd op de Domtoren (men zei dat hij daar op ‘raaide’: de naam Hollandsche Rading is hiervan afgeleid).  … pas in 1534, nadat het bisdom in 1528 zijn onafhankelijkheid verloren had, zou men het definitief eens worden over een grenslijn die via de Hoge en Lage Vuursche tot aan het Gooierbos liep. Restanten van grenswallen zijn tot vandaag de dag nog te vinden bij Hollandsche Rading, ten noorden van de Graaf Floris V-weg en in de bossen bij De Vuursche.  … De grens werd …  [in de Nieuwe Tijd wederom]  in 1719 vastgesteld en aangegeven door 23 ‘leeuwenpalen’ (genoemd naar de erop afgebeelde Hollandse Leeuw [en afgeleid van de oorspronkelijke Leeuwenpaal van veel ouder datum]) tussen Eemnes en Loosdrecht.

In dit citaat wordt echter een bij kaart in 1472 vastgelegde betwisting van grenzen van Sticht en Gooi niet genoemd. Dit belangrijke historische kaartje, dat de situatie van onderhandelingen tussen Holland en Utrecht bij de Grote Raad van Mechelen weergeeft, en dat te vinden is in het Archief van de Rekenkamer van de  Grafelijkheid van Holland (755f.) laat zien waarover gestreden werd.

Men ziet  steeds van boven naar beneden lezend de woorden GoyerbosseWeer (een mogelijk omstreeks 1455 gegraven grensscheiding),  Melis van Sylen Pael [Melis van Mynden],Westbroeck,Utrecht,Huer/Ons RadeAchtynhoveOestveenSteenwechOudwycRydervenen [Riddervenen], Lewenpael,  VuerseHofstede van Elten, “mer is nyt waer”, VrouwencloesterEmenesEemmont. Ik citeer wat W. van IJken er in 1988 over schreef:

Kijken we naar de kaart, dan zien we deze twee verschillende aanduidingen over het verloop van de grens, een volgens de Stichtse visie (ons rade) en een volgens de Hollandse visie, (huer rade) Door de beide partijen wordt als begin van de grens de mond van de Eem aangehouden en loopt vandaar in een rechte lijn westwaarts tot aan de Leeuwenpaal ….

De eerste plaatsbepaling van de Leeuwenpaal dateert van een overeenkomst tussen Hertog Willem V en Bisschop Jan van Arkel en de stad Utrecht. Zij hebben op 15 mei 1351 dit punt van de grens vastgesteld en op deze plaats een ongeveer de Leeuwenpaal moet hebben gestaan. Dit punt komt overeen met de plaats waar de Gooiergracht in Oostelijke richting afboog en de huidige Leeuwenpaal nog steeds aanwezig is.

Volgens de Stichtse versie zou de grens direct van de Leeuwenpaal naar de boom die op de meest Zuid-Westelijke hoek van het Gooierbos stond moeten lopen. En vandaar naar de weer, een wetering die bij Breukelen in de Vecht uitloopt, tot aan de paal bij het land van Melis van Sylen (lees Melis van Meijnden heer van Loosdrecht). Op de kaart staat deze grens aangegeven als een rechte lijn van de Leeuwenpaal langs het Gooierbos naar de Weer.

[Het Gooierbos wordt wel het laatste oerbos van Nederland genoemd. Dit bos wordt op een kaart van Christiaan s’Grooten uit ca. 1570 nog duidelijk aangegeven, maar is rond 1619 volledig verdwenen. Volgens overlevering zijn de laatste eiken van het Gooierbos nog gebruikt voor de bouw van het stadhuis van Naarden(1601-1604.] 

De Hollanders wilden de grens van de Leeuwenpaal naar de Vuursche en via Werners Hofstede, het tegenwoordige Drakenstein, naar de hofstede van Elten laten lopen. En van deze hofstede westwaarts door de venen, langs de nu verdwenen plassen Hoddemeer en Coddemeer naar de Melis van Meijnden paal.

In deze beschrijving en op de kaart is de plaats van de hofstede van Elten het punt waar de grens naar het Westen afboog. De plaats van deze hofstede was dus van doorslaggevend belang voor de feitelijke ligging van de grens. Deze hofstede moet hier rond het jaar 1200 hebben gestaan en was wellicht het middelpunt van het wereldlijk gezag dat de vrouwe van Elten in die tijd over het Gooi uitoefende. Alleen ontstonden juist over de plaats van de hofstede de problemen, omdat de hofstede ook toen al jaren lang verdwenen was en de plaats waar zij moet hebben ge staan niet nauwkeurig meer terug kon worden gevonden.

De Stichtse rapporteur besluit zijn verslag dan ook met de opmerking dat: ‘Item doe die gedepetyerde op die venen waren in us maent van April anno LXXII, doe en wesen die Hollanders geen besceyt van dat sij hem vermeten hadden ende costen die hoefstede van Elten nyt vynden, mer seyden, sij soude daer ummer leggen op die laen, die tot den boessce loept tot Seyswert an, mer was nyt waer.

Tot zover Van IJken en de verslaglegger uit 1472 van het geschil toen. Omstreden gebied dus, overigens zoals gezegd ook al in de 14de eeuw.

Een interessant gebeuren in de grensconflicten tussen Holland en Utrecht is de zogeheten “Slag bij Hollandsche Rading” in 1348. In de “Tegenwoordige Staat van Utrecht“(Amsterdam, 1772) leest men:
tusschen [de Hollanders] en die van t Stigt,[is], op eene vlakte, Lopers genaamd … een slag voorgevallen … waarin die van Eemnes, zig onder een Hollandschen Hoofdman begeeven hebbende, dapperlyk tegen de Bisschoplyken vogten, doch eindelyk het nederspit delfden.”

Volgens de beschrijver van Eemnes, A.J. Maris (Utrecht, 1947) moeten we de locatie bij Hollandsche Rading zoeken. Het woord Lopers lijkt een variant van Laapers of Lapers. We treffen dat woord aan in geografische begrippen als Laapersveld en Laapers Hoek in de gemeente Hilversum. Vanaf de oostgrens van dat dorp in vroeger tijd strekte zich bij het Lapersveld, in de richting van de noordelijkste punt van de huidige gemeente De Bilt bij Hollandsche Rading een uitgestrekte heidevlakte uit. Het noordelijkste deel van Maartensdijk/Hollandsche Rading – (de omgeving van) de (huidige) golfbaan – ligt precies op de kruislijnen van het Lapersveld en de lijn Eemnes-Utrecht. Vanuit deze plaatsen trokken de legers op elkaar af over het genoemde open veld.

Nauw met de geschiedenis van Hollandsche Rading verwant is die van de streek erom heen, het bosgebied van De Vuursche, het “Nonnenland” (genoemd naar de nonnen van het Biltse Vrouwenklooster, sedert 1307/8 in bezit van dit gebied) en de dicht bij Hollandsche Rading liggende al genoemde “Warners Hoeve”.In het blad van de Historische Verening van Eemnes (2001) leest nog eens men De Vuursche en Drakenstein:
Het is op zich interessant om bij “Warners Hoffstee” stil te staan. Het huidige Drakenstein zou op de plaats van deze hofstede staan. Deze hofstede zou gelegen  [zijn ] bij het punt waar de oude grens tussen Holland en Utrecht een hoek maakte. Naar het noorden toe liep de grens bijna in het verlengde van en over de Wakkerendijk en naar het westen toe over de “Lantscheyding” of de Rading, die verder westelijk doorloopt in de Weersloot en die eindigt bij Weerestein aan de Vecht. Nog lang is op kaarten de Vuursche en het Baerner Veen als omstreden gebied in Hollandse kaarten getekend. … Warners Hofstede was eigendom van Werner van Drakenburg, die in de 14de eeuw leefde.”

Hoe dan ook, er loopt een merkwaardige grens bij wat nu Hollandsche Rading heet. De namen “Hollandsche Ray” en de “Hollandsche Rading”  worden overigens pas voor het eerst in de bronnen zo genoemd in 1550 en 1581.

Dr. Anne Doedens, november 2013.