Noodverordening van de Veiligheidsregio Utrecht

In Nederland, maar ook wereldwijd, is er een uitbraak van het coronavirus (COVID-19), behorende tot de groep A van de infectieziektes. Ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid worden maatregelen genomen om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan.

In verband met deze crisis heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Utrecht besloten om ten behoeve van de crisisbeheersing ingevolge artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s alle in dat artikel genoemde bevoegdheden van de tot de regio behorende burgemeesters over te nemen. Daartoe behoort ook de bevoegdheid om in geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, algemeen verbindende voorschriften te geven die ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig zijn (artikel 176, eerste lid, Gemeentewet).

De minister voor Medische Zorg en Sport heeft mede namens de minister van Justitie en Veiligheid een aanwijzing gegeven aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s om hun bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid in te zetten om de verdere verspreiding van COVID-19 tegen te gaan (kenmerk 1662578-203166-PG). Deze aanwijzing is nadien verschillende malen aangevuld in verband met wijzigingen en aanvullingen van de kabinetsmaatregelen. In deze noodverordening worden de kabinetsmaatregelen waar nodig juridisch uitgewerkt in algemeen verbindende voorschriften.

Het verbod op evenementen zoals opgenomen in artikel 2.1, derde lid, geldt tot 1 juni 2020. De overige maatregelen gelden in elk geval tot en met 6 april 2020.

Handelen in strijd met de voorschriften uit deze verordening is strafbaar gesteld in artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht. Dit wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Ook kan de voorzitter van de veiligheidsregio een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen (artikelen 125 van de Gemeentewet jo. artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s).

Deze verordening staat er niet aan in de weg dat de voorzitter van de veiligheidsregio gebruik maakt van andere bevoegdheden om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen, zoals de bevoegdheid tot het geven van voorschriften van technisch-hygiënische aard in artikel 47 van de Wet publieke gezondheid, bevoegdheden in de Wet openbare manifestaties en de bevoegdheid tot het geven van bevelen ter beperking van gevaar in artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet (in combinatie met artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s).

Deze verordening komt in de plaats van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Utrecht van 27 maart 2020, zoals vastgesteld op 27 maart 2020, omdat het noodzakelijk is aanvullende voorschriften te stellen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele technische verbeteringen door te voeren in de verboden zoals opgenomen in de eerdere noodverordening. Daarmee is niet beoogd de inhoudelijke reikwijdte van die verboden te veranderen.

X